Gepubliceerd op: ma, apr 20th, 2015

Freeport in Jokowi’s Indonesië

In de maanden voor zijn officiële beëdiging als president van Indonesië, beloofde de nieuw verkozen president Joko Widodo verschillende keren dat hij speciale aandacht zou geven aan West Papoea door prioriteit te geven aan het verhelpen van de sociale en economische achterstand van West Papoea. Ondanks de aanwezigheid van de grootste goudmijn van de wereld, de Grasbergmijn en vele andere natuurlijke hulpbronnen, behoren de inwoners  van dit gebied tot de armsten van Indonesië. Voorgaande democratisch gekozen Indonesische regeringen is het echter nooit gelukt om hier ook maar enige verandering in te brengen. Tijdens Cablegate in 2010, publiceerde Wikileaks een vertrouwelijke US diplomatic cable van de Amerikaanse ambassade in Jakarta die verslag deed over de situatie in West Papoea in 2009. Men spreekt in het document over de ‘chronische onderontwikkeling’ van de Indonesische provincie Papoea door de Indonesische overheid: “Het meeste geld dat wordt  overgedragen aan de provincie wordt niet besteed terwijl een deel is opgegaan aan ondoordachte projecten of verdwenen is in de zakken van corrupte ambtenaren. Veel centrale ministeries zijn erg terughoudend geweest om macht af te staan ​​aan de provincie.”[1]

Afb: Geheugenvannederland

Afb: Geheugenvannederland

Uiteraard was er grote hoop dat de nieuwe Indonesische president hier verandering in zou kunnen brengen. De realiteit in West Papoea blijkt echter weerbarstig te zijn. Slechts twee weken voor het kerst-bezoek van Jokowi aan Papoea (die om veiligheidsredenen meer weg had van een grootschalige militaire operatie) werden vijf tieners dodelijk getroffen toen militairen het vuur openden op een vreedzame demonstratie in Paniai, in de centrale hooglanden. Met de mensenrechten in West Papoea is het zeer slecht gesteld. Maar ook op economisch vlak wordt geen goede start gemaakt. Begin dit jaar maakte PT Freeport Indonesia het mijnbouwbedrijf dat de  befaamde Grasbergmijn op West-Papoea exploiteert, bekend dat het een kopersmelterij op Java zal gaan bouwen waardoor West Papoea grote investeringen zal gaan mislopen. Deze beslissing leidde tot politieke discussies in Indonesië aan het begin van dit jaar. Hoewel de keuze om de kopersmelterij op Java te bouwen genomen werd door een private onderneming komt deze beslissing niet goed uit voor het Indonesische bestuur van West Papoea. Er wordt namelijk al decennia lang geprofiteerd van de natuurlijke rijkdom van WestPapoea, behalve door de inheemse bevolking, die wordt onderworpen aan extreme armoede, grove schendingen van mensenrechten door toedoen van de Indonesische veiligheidstroepen en de vernietiging van hun natuurlijke leefomgeving[2].

Niet zo lang geleden was er nog goede hoop dat de speciale autonomie wet uit 2001 de regionale regering in Papua op zijn minst in staat zou stellen om de provincie economisch te ontwikkelen. Een deel van de opbrengst van de export van natuurlijke grondstoffen zou namelijk ter beschikking komen aan de regionale autoriteiten. De regio kampt echter met een groot aantal structurele problemen waar de Indonesische regering geen vat op weet te krijgen. West-Papoea is grotendeels afgesloten van de buitenwereld, het leger heeft er een grote vinger in de pap, corruptie en plundering tieren er welig. De grootschalige mijnbouw is slechts het meest zichtbare exponent van wat er fout gaat in West-Papua en wat er mis blijft gaan de komende decennia, als er niets verandert. Dat de grootste economische factor in West-Papua, de Grasbergmijn en PT Freeport Indonesia weer in een slecht daglicht is komen te staan, is eigenlijk niet nieuws onder de zon.

Waarom smelten op Java?
De plannen voor de bouw van een nieuwe koper-smelterij is het gevolg van economisch beleid geïntroduceerd door de voorgaande Indonesische regering. De regering onder president Yudhuyono zocht naar mogelijkheden om minder afhankelijk te worden van de export van grondstoffen. Voor de economische ontwikkeling van Indonesie is het belang dat hoogwaardige producten kunnen worden geexporteerd, grote investeringen in industriele installaties werden daarom onmisbaar geacht. Om dit te bereiken koos men voor harde maatregelen en werd de mijnbouwindustrie in Indonesie gedwongen om lokaal smelterijen te bouwen.

Op 12 januari 2014 tard het verbod op de uitvoer van minerale ertsen in werking. The Economist noemde deze zet van Indonesie ‘Quite a gamble[3]. Het exportverbod zou grote financiele schade tot gevolg kunnen hebben. Dat bleek ook het geval te zijn. Een van de getroffen ondernemingen was PT Freeport Indonesia. Dit bedrijf is een dochteronderneming van de multinational Freeport-McMoRan Inc. (FCX) uit Phoenix, Arizona. Voor de kopermijnbouw heeft President Yudhoyono echter een uitzondering gemaakt, de eerste kopersmelterijen hoefden pas in 2017 opgeleverd te worden. Kopererts mocht blijven worden geëxporteerd, maar tegen aanzienlijk hogere export tarieven. Deze tarieven bleek zo hoog te zijn, dat het leidde tot een patstelling tussen de Indonesische regering en de twee Amerikaanse multinationals. 97% van de koper mijnbouw in Indonesië is namelijk in handen van twee ondernemingen. De Grasbergmijn wordt ge-exploiteerd door een dochteronderneming van Freeport-McMoRan Inc., de Batu Hijau-mijn op Sumbawa (Sunda-eilanden) door PT Newmont Nusa Tenggara.  Dit bedrijf is voor 45% eigendom van de Newmont Mining Corporation uit Greenwood Village, Colorado (een ander groot deel is eigendom van de Japanse Sumitomo Corporation). Beide Amerikaanse ondernemingen beschuldigden de Indonesische regering van contractbreuk, de export van kopererts kwam stil te liggen en deze patstelling duurde voort tot juli 2014.

Terwijl Newmont, via een zijn Nederlandse postbusfirma een zaak tegen Indonesië aanspaande voor het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (ICSID), koos Freeport voor zijn eigen methodes. Freeport stuurde één van zijn leden van de raad van bestuur, de 76-jarige James “Jim Bob” Moffett (de ‘Mo’ van McMoRan) naar Jakarta voor rechtstreekse besprekingen. Zijn opmerkelijke korte bezoek aan Jakarta werd beschreven in een artikel dat werd gepubliceerd in de New York Times[4]. James Moffett had een twee uur durend gesprek met de toenmalige Indonesische minister van Economische Zaken in Jakarta sloot een tijdelijke overeenkomst (een Memorandum of Understanding of MOU) met de Indonesische regering om uit de impasse te komen. Zowel de Indonesische schatkist als Freeport-McMoRan Inc. hadden in de eerste helft van 2014 al behoorlijke verliezen geleden.

Afb: Seidman-institute

Afb: Seidman-institute

Een van de voorwaarden van deze overeenkomst was dat Freeport ten minste twee miljard (Amerikaanse) dollar zou investeren in de bouw van een kopersmelterij in Indonesië. Dat PT Freeport Indonesia de voorkeur heeft voor een locatie op Oost-Java komt niet echt als een verrassing. Momenteel wordt 40% van de kopererts afkomstig uit de Grasbergmijn in West-Papua, al verwerkt door PT Smelting, een grote smelterij in Gresik nabij Surabaya op Java. PT Smelting is een joint venture tussen Freeport en onderdelen van de Japanse conglomeraten Mitsubishi Group en JX Holdings. Ook gezien de aanwezigheid van goede infrastructuur en energievoorziening, zou het voor Freeport aanzienelijk goedkoper zijn om te bouwen in Gresik. Dit besluit kwam op sterke kritiek te staan van de gouverneur van de provincie Papoea, John Emembe. De gouverneur kreeg ook steun vanuit het Indonesische parlement, maar tot nu toe zonder resultaat. PT Freeport Indonesia zal geen kopersmelterij in West Papoea bouwen.

Een Chinese kopersmelterij in West Papoea
Nu lijkt het aan de regionale overheden in de Indonesische provincie Papoea te zijn om het voorttouw te nemen. Volgens de Jakarta Post, hebben de regionale autoriteiten hun eigen plannen ontwikkeld voor de bouw van deze industriële faciliteiten, waaronder een kopersmelterij in Timika, West Papoea[5]. Dit zou moeten gebeuren met behulp van Chinese investeringen. Het Chinese staatsbedrijf CNMC wordt hierbij genoemd als het bedrijf, dat de smelterij zou kunnen gaan bouwen. Financiering zou grotendeels afhangen van de Bank of China en deze smelterij zou in 2020 operationeel moeten zijn. Deze ontwikkelingen roepen wel de vraag op of het hier gaat om ondoordachte projecten die in Indonesische media terecht zijn gekomen of dat er werkelijk grote Chinese investeringen hun weg naar West Papoea zullen vinden.

Er zijn namelijk geen signalen dat het monopolie van PT Freeport Indonesia op de Grasbergmijn doorbroken gaat worden. Voor zover bekend, heeft CNMC geen mijnconcessie in het verschiet in West Papoea. Een Chinese smelterij zou dus volledig afhankelijk worden gemaakt van de welwilligheid van Freeport om van deze faciliteiten gebruik te maken. Het is ook niet erg duidelijk waarom de Chinezen zouden willen investeren in kopersmelterijen in Indonesië. Op dit moment is de kopermijnbouw in Indonesië bijna volledig in handen van Amerikaanse en Japanse ondernemingen. Maar het moet niet worden uitgesloten dat China inderdaad op de lange termijn plannen heeft ontwikkeld om te investeren in West Papoea.

Op basis van deze ontwikkelingen kon de recentelijk benoemde president-directeur van PT Freeport Indonesia, Maroef Sjamsuddin (overigens een voormalig luchtmacht generaal en hoofd van de Indonesische geheime dienst) verklaren dat het niet meer nodig zou zijn voor Freeport om te investeren in een smelterij in West-Papoea. De regionale overheden hadden hiervoor immers al hun verantwoordelijkheid genomen. Daarnaast opperde Sjamsuddin dat ondanks de bouw van een kopersmelterij in Gresik, de investeringen van Freeport in West Papoea de komende jaren vele malen groter zouden zijn[6]. Erg eerlijk was deze vergelijking niet want Sjamsuddin verwees daarmee naar de toekomstige investeringen in de mijn, niet in de industriële ontwikkeling van West Papoea.

2021 het jaar van de waarheid voor Freeport en … Rio Tinto
Momenteel is Freeport-McMoRan Inc. wereldwijd betrokken bij de ontginning van koper, goud, zilver, kobalt, molybdeen, olie en gas. Toen het mijnbouwbedrijf de Erstberg in West-Papua had uitgeput is het eind jaren tachtig van de vorige eeuw, begonnen met het afgraven van de nabijgelegen Grasberg. In de open pit van de Grasbergmijn, kan tegen een relatief lage prijs koper en goud worden gewonnen. Het afgelopen decennium heeft Freeport geprobeerd om minder afhankelijk te worden van de Grasbergmijn. In 2007, nam het een mijnbouwbedrijf over, de Phelps Dodge Corporation. Met die overname werd Freeport betrokken in het grote Tenke Fungurume project in Katanga in het zuidoosten van de Democratische Republiek Congo. In 2012, verraste Freeport de zakelijke wereld door olie- en gasmaatschappijen McMoRan Exploration Company en Plains Exploration & Production Company weer op te nemen in Freeport.  Daarmee is Freeport-McMoRan Inc. zowel een mijnbouwgroep als ook een olie- en gasmaatschappij geworden, wat een vrij uitzonderlijke combinatie is.

afb: Theatlantic.com

afb: Theatlantic.com

Echter in 2015, staat de Amerikaanse onderneming aan de vooravond van een nieuwe grote investering in de winning van koper en goud uit de Grasbergmijn. De open pit binnenkort uitgeput  zijn, volgens schattingen al in 2017. Ten minste $10 miljard  zal het bedrijf het komende decennium investeren in de uitbreiding van de ondergrondse gangen van de mijn, de zogenoemde DOZ en Big Gossan[7]. In 2021, verloopt het Contract of Work met Indonesië, oftewel de mijnconcessie voor de exploitatie van de Grasbergmijn. Een investering van maar liefst $ 7 miljard dollar hangt af van de verlenging van de concessie. Freeport-McMoRan Inc. moet van Indonesië garanties krijgen dat  het contract van PT Freeport Indonesia na 2021 zal worden verlengd, voordat het deze grote investeringen kan gaan doen. Echter de Indonesische regering zegt geen garanties te kunnen afgeven voor na 2019 vanwege wettelijke beperkingen. Het Memorandum of Understanding dat James Moffett van Freeport en de Indonesische regering in 2014 overeengekomen zal verstrijken op 25 juli 2015, deze zomer dus al. Een nieuwe overeenkomst zal snel moeten worden overeengekomen.

Op de achtergrond spelen ook de belangen van een tweede en veel grotere mijnbouwgroep een grote rol. Het gaat hier om het Brits-Australische conglomeraat, de Rio Tinto Group. In 1996, ging Rio Tinto een joint venture aan met Freeport en bemachtigde daarmee een aandeel van 40% in de uitbreiding van de Grasbergmijn. Bovendien verkreeg Rio Tinto ook een belang van 40% in alle exploratie-projecten van Freeport in West-Papoea. 40% van de totale opbrengst van de Grasbergmijn na 2021. Kortom Rio Tinto heeft een groot aandeel genomen in de toekomst van de mijnbouw in West Papoea. Het is daarom waarschijnlijk dat Rio Tinto op enigerlei wijze ook betrokken is bij de investeringen in de smelterij en de ondergrondse mijnbouw en de onderhandelingen.

De Grasbergmijn zal zeker in de komende decennia nog winstgevend blijven, volgens Freeport’s eigen ramingen zeker tot 2041. Bovendien hebben twee andere dochterondernemingen van Freeport, PT Nabire Bakti Mining en PT Irja Eastern Minerals andere delen van de hooglanden van West-Papoea verkent. De ertslaag is namelijk niet alleen beperkt tot koper en goud. In 2010 circuleerden er zelfs geruchten dat Freeport heimelijk uraniumerts uit de Grasberg-mijn aan het exporteren was. Deze geruchten zijn nooit bevestigd, maar het is ondertussen een publiek geheim dat uraniumerts is aangetroffen in de hooglanden van West-Papoea. Dit biedt nieuwe mogelijkheden voor, maar creëert ook een aanzienlijk risico’s.

Hoe het toekomstige Contract of Work van Freeport eruit zal zien, zal moeten blijken. Een mogelijkheid bestaat echter dat Freeport-McMoRan Inc. door Indonesie gedwongen wordt zijn aandeel in PT Freeport Indonesia te verminderen. Volledige nationalisatie van PT Freeport Indonesia speelde in de jaren na de val van Soeharto eind jaren negentig van de vorige eeuw.  Dat dit niet is gebeurt kan onder meer worden toegeschreven aan de betrokkenheid van niet minder dan Henry Kissinger, die al zijn hele werkzame leven op een of andere wijze bij de belangen van Freeport betrokken is.  Echter sinds 2012 probeert Indonesië het aandeel van buitenlandse ondernemingen in Indonesische bedrijven te beperken. Buitenlandse bedrijven worden gedwongen om in het tiende jaar van het bestaan van een onderneming het aandeel af te bouwen naar 49%. Momenteel heeft Freeport-McMoRan Inc. 90,64% van de aandelen van PT Freeport Indonesia in bezet (inclusief de aandelen die in eigendom zijn via een andere dochteronderneming PT Indocopper Investama). De Indonesische overheid is eigenaar van de resterende 9,36% van de aandelen, tot zo ver hebben nog geen private investeerders een aandeel in PT Freeport Indonesia genomen.

Het besmette verleden van Freeport in West-Papoea
Het eerste contract tussen Freeport en Indonesie werd gesloten in 1967, twee jaar voordat West Papua formeel werd ingelijfd als een provincie van Indonesië (na de opzichtig frauduleuze volksraadpleging in 1969).  De geschiedenis van Freeport is dus verweven geraakt met de onderdrukking van de Papoea’s. In 2003 publiceerde de Australische onderzoeksjournalist Denise Leith het boek “Politics of Power, Freeport in Suharto’s Indonesia“. Dit boek geeft een opsomming van feiten over extreme corruptie, nepotisme, schendingen van de mensenrechten en ernstige milieuvervuiling die het gevolg waren van de Grasbergmijn. Twee jaar later, in 2005, publiceerde de New York Times een lang artikel over de grootste goudmijn ter wereld, dat ook een uiterst negatief beeld schetst van de Grasberg-mijn[8].

Afb: geheugenvannederland

Afb: geheugenvannederland

De laatste tien jaar, heeft Freeport veel ondernomen om zaken te verbeteren. Het heeft meer inheemse Papoea’s in dienst genomen, ook in de hogere functies van de onderneming. Binnen het bedrijf, werden programma’s opgezet om schendingen van de mensenrechten door het beveiligingspersoneel te voorkomen. Een klein deel van de winst wordt nu geïnvesteerd in de Freeport Partnership Fund, dat er voor moet zorgen dat ten minste de lokale gemeenschap die in de buurt van de mijn woont ook kan meeprofiteren van de rijkdom van de mijn. Maar ondanks al deze inspanningen om toch zijn goede wil te tonen, heeft Freeport niet weten te voorkomen dat het een slechte reputatie als een zeer onverantwoordelijke onderneming heeft blijven behouden. In 2012 werd Freeport-McMoRan genomineerd voor de Public Eye Award, een prestigieus schaduw- evenement van het World Economic Forum in Davos dat een ‘prijs’ geeft aan de onderneming die het laagst scoort op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (dat jaar werd Freeport echter nipt ‘verslagen’ door de Braziliaanse mijnbouwgroep Vale SA, dat een spoor van vernieling in Mozambique had achtergelaten).

Bovendien, blijft een andere zorgwekkende kwestie de multinational achtervolgen. Vanwege de exploitatie van de Grasberg-mijn, is Freeport altijd de grootste of één van de grootste belastingbetalers in Indonesië geweest. Maar elk jaar worden ook miljoenen Amerikaanse dollars afgestaan aan het Indonesische leger in West Papoea door het betalen van ‘protection money’. Indonesische soldaten hebben zelfs gewelddadige demonstraties tegen Freeport in scene gezet, om het bedrijf onder druk te zetten om maar te blijven betalen. Er is zelfs overweldigend bewijs dat de Indonesische dochteronderneming van de Amerikaanse onderneming rechtstreekse betalingen heeft verricht aan hoge Indonesische officieren[9]. Het blijft daarom verbazingwekkend dat het Amerikaanse moederbedrijf Freeport-McMoRan Inc. nooit in de juridische problemen is gekomen, bijvoorbeeld op grond van Amerikaanse federale wetgeving, zoals de Foreign Corrupt Practices Act. Daarnaast heeft de grootste goudmijn ter wereld ook negatieve media-aandacht getrokken vanwege het relatief hoge aantal dodelijke bedrijfsongelukken. Als er niets verandert in West Papoea, zal de Grasbergmijn de reputatie van Freeport en Rio Tinto blijvend schade kunnen berokken. Het is daarom ook in belang van deze twee mijnbouwconglomeraten dat er ooit een keer veranderingen in West Papua zullen plaats vinden.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen … in West-Papoea?
In 2006, trok het grootste staatsfonds van de wereld, het Noorse Statens pensjonsfond zich geheel terug uit Freeport-McMoRan Inc., omdat het fonds het onaanvaardbaar risico de ernstige milieuvervuiling, die plaatsvond bij de Grasberg-mijn onaanvaardbaar achtte. In 2008 werd ook de Rio Tinto Group op de zwarte lijst gezet vanwege het aandeel in de Grasbergmijn. Ook in Nederland zijn financiële instellingen gevraagd om hun investeringen in Freeport terug te trekken. In de late jaren negentig van de vorige eeuw, werd ABN AMRO opgeroepen door Milieudefensie om niet meer te investeren in Freeport. Jaren later, is in 2010 is ook het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds ABP, (nu onderdeel van APG Groep) opgeroepen om haar verantwoordelijkheid te nemen als een van de aandeelhouders van Freeport. ABP gaf gehoor en samen met andere pensioenfondsen uit Zweden en de Verenigde Staten heeft het Freeport gedwongen om milieudeskundigen in de duurzaamheidscommissie van de Grasberg-mine op te nemen. Een totale desinvestering in Freeport zoals in Noorwegen heeft in Nederland niet plaatsgevonden. Op dit moment handelt ABN AMRO nog steeds in turbo’s van Freeport.

Het lijkt erop dat de wijdverspreide en ernstige milieuvervuiling het enige doorslaggevende criterium voor zowel Noorse en Nederlandse aandeelhouders is geweest om in actie te komen. Corruptie, geweld en de schendingen van de rechten van inheemse volkeren zijn daarbijn niet de belangrijkste motivatie geweest. Om de mensenrechten te waarborgen, hanteert de mijnbouwsector zelf de Voluntary Principles on Security and Human Rights.  De Verenigde Naties hebben de UN Guiding Principles on Business and Human Rights in het leven geroepen. Maar het probleem blijft dat de regio volledig is afgesloten voor buitenlandse journalisten, niet-gouvernementele organisaties en zelfs vertegenwoordigers van de Verenigde Naties er niet worden verwelkomd.

De grootschalige mijnbouw door Freeport in de hooglanden is letterlijk het meest zichtbaar. Maar er zijn behalve Freeport ook nog veel meer grote ondernemingen actief in West-Papua en er zijn ook andere problemen met milieuvervuiling en mensenrechtenschendingen die hieruit voort komen. Aan de noordkust, veroorzaakt PT Tablasupa Nickel Mining Company milieuvervuiling bij het delven van nikkel. Al vele jaren wordt het Indonesische bedrijf KOPERMAS in verband gebracht met de illegale kap van tropische regenwoud van West Papoea[10]. Agrarische projecten, zoals de Merauke Integrated Food and Energy Estate (MIFEE) worden beschouwd als landroofprojecten, die de lokale bevolking schade berokkenen[11]. Maar naast metalen, hardhout en palmolie is West-Papoea ook nog een aantrekkelijk regio voor de olie- en gasindustrie. BP, Chevron, RH Petrogas uit Singapore, PetroChina en CNOOC uit China om er maar een paar te noemen, zijn actief aan het boren, exploreren en aan het investeren in en rond West-Papoea.  De Indonesische regering lijkt  absoluut geen grip te hebben op al deze problemen. Bovendien worden veel problemen in West Papua veroorzaakt door de door de wijdverbreide corruptie en door de machtige positie van het leger, waar geen einde aan lijkt te komen. Een politieke oplossing is daarom noodzakelijk.

“Een morele verplichting om te spreken”
Eerder dit jaar deed de Indonesische minister van Energie en Minerale Hulpbronnen, Sadurman Said een opvallende uitspraak tegenover de Indonesische tijdschrift Tempo; “Freeport moet zijn kijk op Indonesië en Papoea veranderen, het is niet langer 1967.”[12] Sadurman Said wees erop dat Indonesië zich heeft ontwikkeld; het is niet dezelfde natie als de Amerikaanse onderneming mee te maken had in 1967. Dat mag zo zijn, maar in West-Papua is niet veel veranderd, het is er waarschijnlijk alleen maar erger geworden. Al meer dan veertig jaar, zijn de Indonesische strijdkrachten betrokken in wat heet een laag intensief, maar zeker dodelijk gewapend conflict met Papoea-separatisten. West-Papoea is een tijdbom die moet worden ontmanteld, maar door wie en wanneer? Sinds de komst van Joko Widodo als president van Indonesië is er geen daadwerkelijke verandering geweest in het Indonesische beleid ten opzichte van West-Papoea.

Maar er is nog zeker hoop dat zaken zullen veranderen in de toekomst. De komst van het internet en vooral de opkomst van sociale media zorgen ervoor dat wat er gebeurt in West-Papoea niet langer voor de wereld verborgen blijft. Ook in Indonesië is er groeiende wrevel over de zelfverrijking van een corrupte klasse van generaals, die vrij spel hebben in een gemilitariseerde zone zoals in West-Papoea. Er is ook in Indonesië een groeiend besef dat een militaire bezetting en exploitatie van een deel van het land blijvende schade zou kunnen doen berokken aan de ontwikkeling van een open democratie in Indonesië. De roep tot demilitarisering van West-Papua wordt steeds vaker gehoord. Bovendien blijft slechte situatie in West-Papua ook de relaties met buurlanden op het spel zetten.

Dat is terug te zien op het diplomatieke niveau. Voor de eerste keer, begin februari van dit jaar, op de top van de Melanesian Spearhead Group, was de premier van Papoea-Nieuw-Guinea, Peter O ‘Neill erg openhartig en eerlijk over zijn gevoelens over West-Papoea. Hij sprak zelfs van “onze mensen”, “onze eigen families” en “onze eigen broeders”, waarmee hij in feite sprak over de Melanesische onderdanen van de Republiek Indonesië. Deze woorden veroorzaakten een diplomatieke rel tussen Indonesië en Papoea-Nieuw-Guinea die snel moest worden gesust. Echter deze woorden van O ‘Neill kunnen niet zomaar uit het geheugen geschrapt worden; “We hebben een morele verplichting voor degenen om te spreken voor diegenen die niet zijn toegestaan om te spreken. We moeten de ogen zijn van degenen die geblinddoekt worden.”[13]

 ____________________________

[1] Vertrouwelijke US diplomatic cable van de ambassade van de Verenigde Staten in Jakarta van 30 september 2009 openbaar gemaakt door Wikileaks, <https://wikileaks.org/plusd/cables/09JAKARTA1638_a.html>.
[2]Zie voor een recent artikel over West Papua; Gemina Harvey ‘The Price of Protest in West-Papua’ in Griffith Journal of Law & Human Dignity ,Volume 3(1) 2015, <http://media.wix.com/ugd/6daf1c_730a7855f6f4429793e61e402ff2592a.pdf>.
[3] The Economist, ‘Smeltdown’, 18 januari 2014, zie  <http://www.economist.com/news/business/21594260-government-risks-export-slump-boost-metals-processing-industry-smeltdown>.
[4]The New York Times/ Reuters, ‘How Freeport Reached a Mining Deal in Indonesia’, 25 augustus 2014, zie <http://www.nytimes.com/2014/08/26/business/international/how-freeport-reached-a-mining-deal-in-indonesia.html?ref=topics>.
[5] Jakarta Post, ‘Freeport to refine some copper concentrate in Papua smelter’, 6 maart 2015, zie <http://www.thejakartapost.com/news/2015/03/06/freeport-refine-some-copper-concentrate-papua-smelter.html>.
[6] Tempo.co, ‘Freeport: Investment in Papua is bigger then in Gresik’, 10 februari 2015, zie <http://en.tempo.co/read/news/2015/02/10/056641219/Freeport-Investment-in-Papua-is-Bigger-than-in-Gresik.html>.
[7] Zie voor meer informative over de Grasbergmijn, Freeport’s FORM 10-K 2014 aan de U.S. Securities Exchange Commission, zie <http://investors.fcx.com/files/doc_financials/annual/10_K2014.pdf>.
[8]New York Times, ‘Below a Mountain of Wealth, a River of Waste’, 7 december 2005, zie <http://www.nytimes.com/2005/12/27/international/asia/27gold.html?pagewanted=1&_r=0>.
[9] Global Witness, ‘Paying for Protection: The Freeport Mine and the Indonesian Security Forces’, 25 juli 2005, zie <http://www.globalwitness.org/library/paying-protection>.
[10] Hidayat Herman en Yamamoto Sota, ‘Papua’s Threatened Forest: Conflict of Interest Government versus Local Indigenous People, South Pacific Studies’, Vol. 34, No. 2, 2014, zie <http://cpi.kagoshima-u.ac.jp/publications/southpacificstudies/sps/sps34-2/South%20Pacific%20Studies%2034(2)%20pp71-98.pdf>.
[11] Gemina Harvey ‘The Price of Protest in West-Papua’, zie voetnoot 2.
[12] Tempo.co, ‘Energy Minister tells Freeport to ‘Change their View’ about Papua, 10 February 10 2015, see <http://en.tempo.co/read/news/2015/02/10/056641224/Energy-Minister-Tells-Freeport-to-Change-Their-View-About-Papua>.
[13] ABC News, ‘Papua New Guinea’s prime minister Peter O’Neill vows to speak out against Melanesian ‘oppression’ in West Papua’, 5 februari 2015,  zie  <http://www.abc.net.au/news/2015-02-06/png-pm-vows-to-speak-out-against-oppression-in-west-papua/6074572>.

______________________

Freeport in Jokowi’s Indonesia

(Translation from Dutch)

In the months leading up to his official inauguration as president of Indonesia, on several occasions the  president-elect Joko Widodo promised that he would give special attention to West Papua by giving priority to resolving the social and economic backwardness of the region. Despite the presence of the largest gold mine in the world, the Grasberg Mine and many other natural resources, the inhabitants of this WestPapua are among the poorest of Indonesia. However, previous democratically elected Indonesian governments have never managed to make some meaningful changes in the social and economic condition of West Papua. During Cablegate in 2010, Wikileaks released a confidential US diplomatic cable from the US embassy in Jakarta from 2009. The document speaks about the ‘chronic underdevelopment’ of the Indonesian province of Papua by the Indonesian government: “Most money transferred to the province remains unspent although some has gone into ill-conceived projects or disappeared into the pockets of corrupt officials. Many central government ministries have been reluctant to cede power to the province.”[1]

 Certainly, there was great hope that the new Indonesian president might become a turning point. However reality in West Papua seems to be grim. Just two weeks before Jokowi’s Christmas-visit to Papua as the new president (what because of safety concerns looked more like a large-scale military operation), five teenagers were mortally wounded when soldiers opened fire on a peaceful demonstration in Paniai, in the central highlands. Human rights are respected very poorly or not at all in West Papua. But also in the economic field, Joko Widodo could not make a good start. At the start of this year, PT Freeport Indonesia, the  mining company that operates the Grasberg Mine in West Papua announced that it would build a smelter in Java. Therefore West Papua would miss out on large investments in the industrial development of the region. This decision led to political consternation in Indonesia at the beginning of this year. Although the choice  to build the copper smelter in East-Java was made by a private company, this decision had a negative impact on the Indonesian administration of West Papua. For decades different parties have profited  from the natural wealth of West Papua, except for the indigenous population, which is subjected to extreme poverty, gross human rights violations committed by the Indonesian security forces and the destruction of their natural environment[2].

 There was good hope that Special Autonomy Law from 2001 would at least empower the regional government and make sure that at least a part of the revenues from the export of natural resources would be invested in the region itself. But there seems to be some structural problems with the Indonesian administration of West-Papua that makes any promises for economic development of West-Papua from the Indonesian government meaningless. It remains an area closed off to the outside world, controlled by the military and plundered for its natural resources. The mining industry is just the most visible exponent of what is going wrong in West-Papua and what will be going wrong for the coming decades, if nothing changes on the political level in Indonesia.

 Why smelt on Java?
The construction of a new copper smelter is the result of an economic policy introduced by the Indonesian government some years ago. The previous government under president Yudhuyono introduced a policy to be less depended on the export of raw materials. In order to export products higher up the value chain and to boost economic development, a greater investment in industrial facilities in Indonesia was thought to be needed. Therefore the Indonesian government has been forcing the mining industry in Indonesia to invest in the construction of local smelters. One of the affected companies was PT Freeport Indonesia, a monopolist on all mining of copper and gold in the highlands of West Papua. PT Freeport Indonesia is a subsidiary of the US transnational corporation Freeport-McMoRan Inc. (FCX). On January 12, 2014 the prohibition on the export of mineral ores came into effect, which was called “Quite a gamble’ by the British magazine The Economist[3]. This policy could also cause a significant financial setback for the Indonesian treasury, which it did.

However, President Yudhoyono had to make an exception for the export of copper ore, as practically no additional copper-smelters could finish construction before 2017. Moreover, at least 97% of the copper mining-industry in Indonesia is owned by two companies: the first being PT Freeport Indonesia and the other one PT Newmont Nusa Tengarra, the company that operates the Batu Hijau-mine on Sumbawa (Sunda Islands). For 45%, this company is owned by the Newmont Mining Corporation from Greenwood Village, Colorado (another considerable part is owned by the Sumitomo Corporation from Japan).Copper-ore was allowed to be exported, but at substantially higher export tariffs. However these tariffs proved to be so high, that it led to a stalemate between the Indonesian government and two corporations from the United States: Freeport-McMoRan Inc. a. The American companies accused the Indonesian Government of breach of contract and this stalemate continued until July of last year. While Newmont, through its Dutch mailbox-subsidiaries filed a case against Indonesia before the International Centre for Settlement of Investment Disputes (ICSID), Freeport choose his own methods. It sent one of its CEO’s, the 76-year-old James “Jim Bob” Moffett (the ‘Mo’ from McMoRan) to Indonesia. His remarkable short visit was recorded in an article that was published in the New York Times[4]. James Moffett had a two-hour chat with the former Indonesian Minister of Economy in Jakarta and was able to conclude a temporary deal (a Memorandum of Understanding or MOU) with the Indonesian government.

The deal provided that Freeport would invest at least 2.3 billion US dollars in the construction of a copper smelter in Indonesia. That Freeport prefers East Java to build a smelter does not come as a surprise. Currently 40% of the copper-ore coming from the infamous and enormous Grasberg-mine in West-Papua, is already being processed by PT Smelting which is a smelter located in Gresik near Surabaya on Java. PT Smelting is a joint venture between Freeport itself and the Japanese conglomerates Mitsubishi Group and JX Holdings. In Gresik, land is being available for the construction-site, plus the infrastructure and the energy supply are more advanced then in West-Papua. So in the end, for Freeport it would be significantly cheaper to build a smelter on Java. The decision to build in Gresik met strong criticism from the governor of the Indonesian province of Papua, John Emembe. The governor also received support from within the Indonesian Parliament, but until now, without any effect. The copper smelter will not be built in Papua.

Chinese copper-smelter in Papua?
Now it seems to be up to the regional authorities in the Indonesian province of Papua to build a copper smelter in West-Papua. According to the Jakarta Post, the regional authorities seem to have their own plans to build these industrial facilities including a smelter in Timika, with the help of Chinese investments[5]. The Chinese state owned company CNMC was mentioned as the corporation who would have to build this smelter. Financing would largely depend on the Bank of China. This smelter would be operational by 2020. Although this information has circulated in the Indonesian press, it raises some serious questions about why Chinese corporations are being involved.

First of all, nothing seems to indicate that the monopoly of PT Freeport Indonesia on mining the Grasberg-area in West Papua will be abandoned. So a future Chinese smelter would be entirely dependent on the willingness of Freeport to process the gold- and copper-ore in the Chinese facilities in Timika and not in their own facilities in Gresik. It is also not very clear why the Chinese would like to invest in copper-smelters in Indonesia. As far as known, CNMC does not have a mining concession in West Papua. In fact, the mining of copper in Indonesia is predominantly in the hands of American and to a lesser extent, Japanese corporations. Moreover, West Papua remains a politically unstable area where there is a high security risk for any company willing to construct industrial facilities. However it should not be ruled out that China has long term plans to invest in West Papua, starting with the industrial area in Timika.

 Following up on this news, the newly appointed president-director of PT Freeport Indonesia, Maroef Sjamsuddin (who is also a former air force general and former head of the Indonesian secret service) stated that it was no longer necessary for Freeport to invest in a smelter in West Papua, as the regional authorities would do it themselves.  In order to counter the negative news about Freeport’s decision, the president-director had said that despite the construction of a smelter in Gresik, Freeport’s investments in West Papua in the coming years would be many times greater[6]. Although he is not making a fair comparison, there is some truth in these words of Sjamsuddin. Most money is not made from smelting copper-ore to be transported, but from excavating huge amounts of copper-ore at very low costs. Freeport’s main concern is the investments in the mine itself.

Furthermore,  Sjamsuddin suggested that despite the construction of a copper smelter in Gresik, the investments of Freeport in West Papua in the coming years would be many times greater. However this was not a very honest comparison to make, as Sjamsuddin was referring to future investments in the mine itself, not to the industrial development of West Papua.

2021 the year of truth for Freeport and…Rio Tinto
At present, Freeport-McMoRan Inc. is globally involved in the production of copper, gold, silver, cobalt, molybdenum, oil and gas. When the mining company had exhausted the Erstberg in West-Papua in the late eighties of last century, it has begun to excavate the nearby Grasberg. Because of the open pit of the Grasberg-mine, copper and gold can be mined at a relatively cheap price. However this pit will in some time be exhausted. The past decade Freeport-McMoRan Inc. tried to become less dependent on the precious metals from the Grasberg mine. In 2007, Freeport took over the Phelps Dodge Corporation. With this acquisition, Freeport has gotten involved in the large Tenke Fungurume project in Katanga in the southeast of the Democratic Republic of Congo. And in 2012, Freeport has surprised investors by taking back the oil and gas companies McMoRan Exploration Company and Plains Exploration & Production Company. Since that acquisition, Freeport-McMoRan Inc. has become both a mining and an oil and gas corporation, what is deemd to be quite unique.

But now in 2015, the American corporation is on the eve of a new great investment in the old Grasberg Mine in West Papua. Close to 10 billion US dollars is being invested in the expansion of the underground mines, the so-called DOZ and Big Gossan, in the coming decades[7] . In 2021, however, the Contract of Work with Indonesia, which entails the entire mining concession of PT Freeport Indonesia,will expire. Another investement of at least 7 billion US dollars will depend on the prolongment of the contract. Freeport-McMoRan Inc. needs Indonesia’s assurance that the Contract of Work of PT Freeport Indonesia will be extended beyond 2021. However the Indonesian government will not or cannot give any assurance because of legal restrictions. The Memorandum of Understanding that James Moffett of Freeport and the Indonesian government agreed in 2014 expires on the 25th of July of this year. So a new agreement needs to be negotiated soon.

Behind the scenes, the interests of a second and considerably larger mining conglomerate are also at stake. It concerns the interests of the British-Australian conglomerate Rio Tinto Group, the second largest mining group in the world. In 1996, Rio Tinto signed a joint venture with Freeport taking a share of 40% in the expansion of the Grasberg mine. Therefore Rio Tinto has a 40% stake in all exploration projects of Freeport in West Papua and 40% of the entire production of the Grasberg mine will be in the hands of Rio Tinto, after 2021. It should be concluded that Rio Tinto has taken up a large share in the future of mining in West Papua. Probably Rio Tinto is also being involved in investment in the copper smelter and the underground mining.

The Grasberg mine will certainly continue to be very profitable in the coming decades, according to Freeport’s own estimates, until 2041. In addition, two other subsidiaries of Freeport, PT Nabire Bakti Mining and PT Irja Eastern Minerals have been exploring other areas of the highlands of West Papua. Moreover the mineral ores found in West Papua are not just restricted to copper and gold. In 2010, there were rumours that Freeport was secretively excavating and exporting uranium ore from the Grasberg-mine. These rumours were never confirmed, but it has become a public secret that uranium ore is found in the highlands of West Papua. This offers new opportunities for mining companies and for Indonesia, but it also creates significant risks .

What the future Contract of Work of Freeport will look like, remains to be seen. There might be a possibility  that Freeport-McMoRan Inc.  is forced by Indonesia to reduce its stakes in PT Freeport Indonesia. Full nationalization of PT Freeport Indonesia has been a possibility in the years after the fall of Suharto in the late nineties of the last century. Nationalization was averted, which inter alia, could be attributed to the involvement of no less than Henry Kissinger (the former US Secretary of State has been involved defending the interests of Freeport for the most of his career). However, since 2012 Indonesia is trying to reduce the foreign ownership of  Indonesian companies. Foreign companies in Indonesia are being forced to reduce the foreign ownership of an Indonesian subsidiary to 49% of the shares, in the tenth year of operations. At current, Freeport McMoRan Inc. owns 90.64% of the stocks of PT Freeport Indonesia (including the stocks that are owned by another fully owned subsidiary PT Indocopper Investama). The Indonesian government owns the remaining 9.36% of the stocks. No private Indonesian companies have taken a share in PT Freeport Indonesia so far.

The ‘dark history’ of Freeport in West Papua
The Americans signed their first Contract of Work with Suharto in 1967, two years before West Papua was formally annexed by Indonesia (after the gaudy and fraudulent plebiscite in 1969). This is one of the reasons why Freeport has always remained suspect in the eyes of the Papua’s. In 2003, the Australian investigative journalist Denise Leith published the book “Politics of Power, Freeport in Suharto’s Indonesia”. This book is a story about extreme corruption; nepotism, human rights violations and serious environmental pollution all connected to Freeport in the second half of the twentieth century. Two years later, in 2005, the New York Times published a long article about the tragedy that is the biggest gold mine in the world[8].

The last decade, Freeport has tried much to improve matters. It has employed more indigenous Papua’s, also in the higher job-positions of the company. Within the company, programs were set up to end the human rights violations by security personnel. A minor portion of the profits is now being invested in the Freeport Partnership Fund, which ensures that the local community could also profit from the wealth of the mine. But despite all these efforts to show its good will in West-Papua, Freeport could not avoid having a bad reputation as an irresponsible company. In 2012, Freeport-McMoRan was nominated for the Public Eye Award, a prestigious shadow- event of the World Economic Forum in Davos that offers an ‘award’ for the company that scores the lowest in the field of Corporate Social Responsibility (that year, Freeport was narrowly “defeated” by the Brazilian mining group Vale SA that at the time had left a trail of destruction in Mozambique).

Moreover, apart from environmental pollution, another great worrying issue haunts the mining company. Because of its mining-business in West-Papua, Freeport has always been the largest or one of the largest taxpayers in Indonesia throughout history. But on top of the taxes the company is paying to the Indonesian government, millions of US dollars are contributed to the Indonesian military in West Papua as protection money each year. It is publicly known that Freeport has been blackmailed by the Indonesian military. Indonesian soldiers have even orchestrated violent demonstrations against Freeport, to put the company under pressure to keep paying. There is even overwhelming evidence that the Indonesian subsidiary of the American corporation has made direct payments to senior Indonesian military officers[9]. Therefore it remains surprising that the American parent company Freeport-McMoRan Inc. has never gotten in legal difficulties concerning these practises, for example under US federal legislation like the Foreign Corrupt Practices Act. Furthermore, the largest gold mine also attracts negative media-attention because of the relatively many fatal accidents that have occurred. If nothing changes in West Papua, the Grasberg-mine will continue to scrutinize the reputation of both Freeport and Rio Tinto.

Corporate social responsibility… an impossible challenge in West-Papua
In 2006, the largest state-owned fund of the world, the Norwegian Statens pensjonsfond entirely withdrew its investments from Freeport-McMoRan Inc., due to an unacceptable risk for the fund to be hold complicit in the serious environmental pollution that was taking place at the Grasberg-mine. In 2008 also investments in the Rio Tinto Group were withdrawn from the fund because of its share in the Grasberg-mine. In the Netherlands, financial institutions have been asked to withdraw their investments from Freeport. In the late nineties of the last century, ABN AMRO, a major bank from The Netherlands was summoned by Friends of the Earth Netherlands to withdraw their investments in Freeport. In 2010 also the pension fund for civil servants in The Netherlands (ABP, now part of APG Group) was called upon to take up its responsibility as one of the shareholders of Freeport-McMoRan Copper and Gold Inc. ABP followed suite and managed together with other pension funds from Sweden and the United States to force Freeport to include environmental experts in the sustainability committee of the Grasberg-mine. A total divestment in Freeport-McMoRan like has happened in Norway did not occur in The Netherlands however, at present ABN AMRO that had been nationalized in 2008, is still trading in financial products of Freeport.

It seems that widespread and serious environmental pollution was the only decisive criterion for both Norwegian and Dutch shareholders to come into action. Corruption, violence and the breaches of the rights of indigenous peoples have not been the main motivation. The mining sector itself uses the Voluntary Principles on Security and Human Rights. The United Nations, has developed the UN Guiding Principles on Business and Human Rights that should be implemented by transnational companies. However in West-Papua these guidelines seems to be totally useless. The region is completely closed off to foreign journalists; non-governmental organizations and even representatives of the United Nations are not being welcomed.

 The large-scale mining by Freeport in the highlands is literally the most visible (the giant open pit of the Grasberg mine can be found with ease on Google maps). But there are many more companies operating in West Papua and causing problems. On the north coast, PT Tablasupa Nickel Mining Company is causing environmental pollution with the mining of nickel. For many years, the Indonesian company KOPERMAS has been associated with illegal logging of the tropical rainforest[10]. Agricultural projects, such as the Merauke Integrated Food and Energy Estate (MIFEE) are often being considered as land grabbing projects. And finally, West Papua is also the domain of the oil and gas industry. BP, Chevron, RH Petrogas from Singapore, PetroChina and CNOOC from China, to name but a few, are actively drilling, exploring and investing in and around West Papua. It has become very clear that for all these environmental and human rights issues to be resolved, a political solution for West-Papua will need to be found.

“A moral obligation to speak”
Earlier this year, the Indonesian Minister of Energy and Mineral Resources, Sadurman Said made a quite interesting statement to the Indonesian magazine Tempo; “Freeport should change his outlook on Indonesia and Papua, it’s no longer 1967[11].  Sadurman Said is pointing out that Indonesia has developed; it is not nation as the American corporation was dealing with in 1967. That may be so, in West-Papua however, not much has changed, and probably it has gotten worse. For more then forty years, the Indonesian armed forces are fighting, what is a called a low intensity, but surely deadly armed conflict with Papuan separatists. West-Papua is a time bomb that needs to be diffused but by whom and when? Since the arrival of Joko Widodo as president of Indonesia there have been no effective changes in Indonesia’s policy towards West Papua. That’s hugely disappointing. The region is still completely isolated from the outside world. The power and influence of the Indonesian armed forces in the area is still omnipresent.

But there is definitely hope that things will change in the future. The advent of the Internet and especially the rise of social media have had as an effect that what is happening in West Papua is no longer for the world to remain hidden. Also in Indonesia there is growing resentment to the self-enriching corrupt class of generals, especially in the militarized zones like West-Papua. There is growing realization that a military occupation and exploitation of one part of the country could do lasting harm to the development of an open democracy in Indonesia. Calls for demilitarization of West-Papua are more often heard. Moreover, the bad situation in West-Papua also continues to influence the relations with neighbouring countries such as in the Pacific region.

 At the summit of the Melanesian Spearhead Group, for the first time, the Prime Minister of Papua New Guinea, Peter O ‘Neill was very frank and honest about his feelings on what is happening in West Papua. He even spoke of “our people“, “our own families” and “our own brothers” by which he was in fact talking about the Papuans, nominally citizens of the Republic of Indonesia. These words let to a diplomatic row between Indonesia and Papua New Guinea that quickly had to be assuaged. But the words that O ‘Neill has spoken cannot be wiped out from memory, he said on record; “We have a moral obligation to speak for those who are not allowed to talk. We need to be the eyes of those who are blindfolded[12].

[1] See the classified US diplomatic cable from the US Embassy in Jakarta, Indonesia of 30 September 2009 released by Wikileaks, see  <https://wikileaks.org/plusd/cables/09JAKARTA1638_a.html>

[2] See Gemina Harvey ‘The Price of Protest in West-Papua’ in Griffith Journal of Law & Human Dignity Volume 3(1) 2015, see  <http://media.wix.com/ugd/6daf1c_730a7855f6f4429793e61e402ff2592a.pdf>

[3]  The Economist, ‘Smeltdown’, 18 January 2014, see  <http://www.economist.com/news/business/21594260-government-risks-export-slump-boost-metals-processing-industry-smeltdown>

[4] Randy Fabi, Fergus Jensen and Michael Taylor, The New York Times/ Reuters, ‘How Freeport Reached a Mining Deal in Indonesia’, 25 August 2014, see <http://www.nytimes.com/2014/08/26/business/international/how-freeport-reached-a-mining-deal-in-indonesia.html?ref=topics>

[5] Nethy Darma Somba, Jakarta Post, ‘Freeport to refine some copper concentrate in Papua smelter’, 6 March 2015, see <http://www.thejakartapost.com/news/2015/03/06/freeport-refine-some-copper-concentrate-papua-smelter.html>

[6] Tempo.co, ‘Freeport: Investment in Papua is bigger then in Gresik’, 10 February 2015, see <http://en.tempo.co/read/news/2015/02/10/056641219/Freeport-Investment-in-Papua-is-Bigger-than-in-Gresik.html>

[7] See for more information about the Grasberg-mine, Freeport’s FORM 10-K 2014 to the U.S. Securities Exchange Commission, see <http://investors.fcx.com/files/doc_financials/annual/10_K2014.pdf>

[8] New York Times, ‘Below a Mountain of Wealth, a River of Waste’, 7 December 2005, see <http://www.nytimes.com/2005/12/27/international/asia/27gold.html?pagewanted=1&_r=0>

[9] Global Witness, ‘Paying for Protection: The Freeport Mine and the Indonesian Security Forces’, 25 July 2005, see <http://www.globalwitness.org/library/paying-protection>.

[10] Hidayat Herman and Yamamoto Sota, ‘Papua’s Threatened Forest: Conflict of Interest Government versus Local Indigenous People, South Pacific Studies’, Vol. 34, No. 2, 2014, see <http://cpi.kagoshima-u.ac.jp/publications/southpacificstudies/sps/sps34-2/South%20Pacific%20Studies%2034(2)%20pp71-98.pdf>

[11] Tempo.co, ‘Energy Minister tells Freeport to ‘Change their View’ about Papua, 10 February 10 2015, see http://en.tempo.co/read/news/2015/02/10/056641224/Energy-Minister-Tells-Freeport-to-Change-Their-View-About-Papua

[12]ABC News, ‘Papua New Guinea’s prime minister Peter O’Neill vows to speak out against Melanesian ‘oppression’ in West Papua’, 5 February 2015, see  <http://www.abc.net.au/news/2015-02-06/png-pm-vows-to-speak-out-against-oppression-in-west-papua/6074572>.

Freeport in Jokowi’s Indonesië